‘Mam, ik wil geen vlees meer eten. En ook geen vis.’ Dit besluit nam ik ruim veertig jaar geleden. En ruim veertig jaar lang identificeerde ik mij met vegetariër zijn. Dat hoorde net zo bij me als vrouw zijn, moeder zijn en kinesioloog zijn. De enige uitzondering die ik – met bezwaard gemoed – heb gemaakt, is het slikken van visolie toen ik zwanger was van mijn tweeling. De gezondheid van mijn kinderen ging toen voor op mijn principes.

Daarna at ik weer geheel vegetarisch. Tot ik vorig jaar bij een collega-therapeut een sessie deed. Zij legde me goed onderbouwd uit waarom het me goed zou doen om mijn principes dit keer opzij te zetten voor mijn eigen gezondheid. Ik sputterde nog wat tegen dat ik supplementen innam om te compenseren wat ik miste door geen vlees en geen vis te eten. Maar ik zag ook in dat ze een punt had. Ik miste stoffen die ik niet aan kon vullen met alleen supplementen. En van origine zijn we toch echt omnivoren.

Dat was slikken

Dat was even slikken. Ik moest een enorme drempel over. Alsof ik een deel van mezelf moest opgeven. Ik vond het een pijnlijke keuze om het vegetarisch eten opzij te zetten. Een pijnlijke keuze om toch dieren te laten doden voor mijn gezondheid. Een pijnlijke keuze om terug te komen om het diep doorvoelde besluit ‘Ik wil geen vlees meer eten’. Het duurde ook even voor ik de stap kon zetten. Het letterlijk doorslikken van het eerste stukje vlees en eerste slokje bouillon was heel ongemakkelijk.

Een andere manier van kijken

Inmiddels eet ik af en toe vlees en vis en drink ik met enige regelmaat bottenbouillon. Allemaal biologisch. En bedank ik in gedachten het dier dat ik eet voor zijn bijdrage aan mijn gezondheid. Want dat bleek nodig. Zonder deze aanvulling heb ik last van de gewrichten in mijn handen. Met een regelmatige dosis bottenbouillon heb ik hier geen last meer van.

Het gekke is, dat het niet alleen makkelijker wordt. Er zijn ook wat ideeën in mijn hoofd verschoven. En dat geeft ruimte.

Als je doet wat je altijd deed….

Deze keuzes heb ik gemaakt omdat mijn lichaam duidelijk aangaf dat er iets uit balans was. En dat herken je waarschijnlijk wel.

Als je last hebt van:

  • slecht slapen
  • moe zijn
  • koude handen en voeten
  • snel boos of verdrietig zijn
  • mist in je hoofd
  • vergeetachtig zijn
  • niet meer efficiënt kunnen werken
  • of helemaal geen zin meer hebben om te werken

Dan geeft je lichaam signalen. Het is belangrijk om ernaar te luisteren. En niet alleen om te luisteren, maar vooral om er iets mee te doen.

En dat betekent meestal iets anders gaan doen dan je tot nu toe deed.

Bijvoorbeeld:

  • structureel eerder naar bed
  • gezonder gaan eten
  • meer water gaan drinken
  • meer pauzes nemen en dan gaan bewegen
  • ’s avonds niet meer werken
  • dingen delegeren
  • niet alles meer willen controleren

En zo kan ik nog wel wat dingen aan het lijstje toevoegen.

Vaak weet je al wel dat er iets anders moet. Maar het ook daadwerkelijk doen is lastig. Als er uit een sessie komt dat bepaalde gewoontes anders ‘moeten’ om weer gezond te worden, zeggen mijn cliënten vaak dat ze dat éigenlijk al wel wisten of voelden. Maar de daad bij het woord voegen, dat doen ze pas na die sessie.

Ik wist ook dat ik iets miste en iets moest veranderen. En ook ik had er een sessie voor nodig..